maandag 29 september 2014

Jeuk aan de kuiten

Nu, nu, de rapen zijn goed gaar alhier, wat is het geval, wij mochten ons een (1) maand of wat geleden verblijden met twee jonge katten, en omdat Igor, onze rode bor, met de noorderzon verdwenen is, wij zijn van denken dat hij wel eens iemand van een (1) wildbeheerseen(1)heid of een(1) wiel van een (1) jarretank tegengekomen wezen kunnen heeft, echter dit is niet meer na te gaan, dus heeft het geen doel om daar nog langer over te redetwisten, Igor is er niet meer en daar moeten wij ons bij neerleggen, alhoewel het ons niet koud laat, maar dat geheel terzijde, nu waren wij van doel en laat deze twee kabouterkatten maar opwouteren door de vrijwat ruipstekerige moeder, die naar wij meenden niet genoeg bij te zetten heeft om deze taak te volbrengen, maar ze kwijt haar aardig van haar taak, dat moet worden gezegd, echter is het drietal nu op een (1) leeftijd dat ze het buithuis verlaten hebben en wij zijn van denken dat dit tweeledige gevolgen heeft, want wat is het geval? De beide ruipstekerige jongen, de ene heet Puck, de andere Piebe, zijn blijkbaar door moeder op waarde geschat en zij heeft in al haar wijsheid besloten om een(1) (Piebe) van beiden maar weg te slepen en met de andere door te gaan, dit wrede natuurverschijnsel mogen wij niet over, maar het is niet anders dus zullen wij ons er bij neer leggen moeten, want wat moet je anders, de natuur is een(1) zelfredzaam mechaniek waar wij soms met open mond naar staan te kijken echter niet te lang want dan kan het voorkomen dat u een(1) neef in de snuit vliegt en daar mogen wij ook niet over, dat zodoende. Maar wat wij eigenlijk wilden melden is dat moeder natuur ons flink te fijter heeft, het buithuis is sinds het verscheiden van moeder en jongen een inferno aan gnob en andersoortig onrant dat omraak in de kuiten bijt mocht u er te lang over doen om in huis te geraken, wij namen een(1) aantal kruipende exemplaren van een(1) inferieur edoch rottig bijtend laag waar en dat roept aan de spreeuwen dus hebben wij ons naar de hoofdplaats begeven waar de burgerlijk gerichte winkelman ons eerst met een(1) kluitje in de vorm van een(1) vrijwat klein spuitbusje in het riet sturen wilde, echter daar trapten wij niet in en emelden er net zo lang in om dat de man ons een(1) hijnstemiddel verkocht, welk ook nog gans goedkoper is dan die liflafjes van vandaagdedag en dat zet geen zoden aan de dijk betreffende de doelmatige bestrijding van deze Egyptisch aandoende plaaggeesten, maar wij wonen in de wouden dus zijn wij niet voor een (1) gat te vangen en dat wij lengden hedenavond een(1) luguber goedje aan met schoon kraanwater en hebben de estrikken even goed nagekeken en ingespoten dus zijn wij vol goede verwachting, de winkelman vertelde dat dit goed goed regaad houden zal onder al het kruipend en sluipend tuig dat onder ons is maar men niet eerder waarneemt dan dat het te laat is en men jeuk aan de kuiten heeft, dat zodoende.      

Geen opmerkingen:

Een reactie posten